Lambeek tekst & vorm | Sylvia Lambeek | Groningen | 06 - 235 172 87

Bijgewerkt op 3 oktober 2019

Akke en Bennie: meer herinneringen...

 

Mijn bezoekjes aan Akke en Bennie beginnen al wat ‘gewoner’ te worden. Dat wil zeggen; ik weet inmiddels dat ik er altijd welkom ben, en Akke en Bennie beginnen er al op te rekenen dat ik om de paar weken bij ze langskom. Ik neem mij voor om niet meer zoveel op te schrijven wanneer zij aan het vertellen zijn. Tot nu toe had ik steeds mijn blocnote op schoot en mijn pen in de hand en ik zat continu voorover gebogen te pennen om maar niets te missen. Maar het is zo gezellig bij Akke en Bennie, en zo leuk om naar ze te kijken wanneer ze aan het vertellen zijn. Daarbij komt dat veel van hun verhalen opgeluisterd worden met foto’s, krantenartikelen, boekjes, etc, die mij dan in de handen gedrukt worden waardoor er voor mij ook heel veel te kijken valt. Dus zit ik nu ontspannen met een kopje koffie tussen mijn handen geklemd van de één naar de ander te kijken. Het schrijfpapier ligt naast me met de pen er bovenop. 

 

De verhalen van Bennie en Akke heb ik inmiddels uitgetypt en aan hen gegeven. Na het doorgelezen te hebben, komen er behalve enkele correcties – Herr und Frau Hefkens heetten niet Hefkens maar Herfkens (zie mijn vorige blogpost: “het verhaal van Akke”) – nog meer herinneringen op tafel, en aanvullingen op hun eerste twee verhalen. 

 

Geboren op 8 oktober 1923 in de Torenstraat bij de Oldehove, speelde Bennie in zijn vooroorlogse kinderjaren veel rondom deze scheve toren op het Oldehoofster kerkhof in Leeuwarden. In die tijd waren er wel eens circussen in de stad op het Zaailand, het latere Wilhelminaplein. Hun grote vrachtwagens werden dan op het Oldehoofster kerkhof geparkeerd. Deze voertuigen waren soms zó zwaar, dat ze wat wegzakten in de – toen nog - modderige en onverharde grond van het Oldehoofster kerkhof. Door die druk kwamen dan wel eens botten van de skeletten naar boven gedreven. Soms was daar ook een doodskop bij. Daar gingen Bennie en zijn vriendjes dan mee voetballen. Wanneer Bennie dit vertelt lacht hij wat beschaamd om deze kwajongensstreek. 

 

Bennie vertelt honderduit. Akke zit geduldig in haar rode leren stoel te luisteren. Ik heb inmiddels mijn pen en papier weer opgepakt en zit toch weer te schrijven. Af en toe onderbreekt Akke Bennie’s relaas: “Wacht nou even Bennie, niet zo snel, die arme meid kan het niet bijbenen!” Bennie stopt even met praten en schenkt nog een kop koffie in. Dan vertelt hij weer verder: “Bij mij in de klas zat vroeger Gretha R…” Gretha had tijdens de oorlog “intieme betrekkingen met Duitsers”, vertelt Bennie, en zegt dat dit gegeven is ook te lezen in het boek ‘Laarzen op de Lange Pijp’ van Ype Schaaf. De vader van Gretha werkte als portier bij de Leeuwarder bioscoop Tivoli. Iedereen in de stad kende hem. Na de oorlog heeft hij zichzelf opgehangen. Zijn zoon Wim R, broer van Gretha - die later getrouwd is met de zus van een vriendin van Akke, voegt Akke er nog aan toe - heeft hem gevonden. Waarom vader R. zelfmoord pleegde is niet duidelijk, maar volgens Bennie zou de reputatie van zijn dochter wel eens een rol kunnen hebben gespeeld in de aanzet tot deze wanhoopsdaad.  

 

“En nou komt het…” zegt Bennie vaak wanneer hij aan het vertellen is, daarmee aankondigend dat het nu pas echt boeiend, echt interessant of spannend wordt. Vaak steekt hij ook even zijn vinger erbij op. Dat zinnetje met die opgeheven vinger maakt dat ik steeds verder op het puntje van de tweezitsbank ga zitten en gespitst blijf luisteren. “En nou komt het…” 

 

De Nederlandse NSB politieagent Dijkstra, die Bennie in die beruchte nacht in 1944 op zijn onderduikadres uit zijn bed haalde en vervolgens door Bennie’s oom werd omgekocht, is na de oorlog gearresteerd. Hij bleek nog meer mensen verraden, en nog veel meer foute dingen op z’n geweten te hebben. Bennie werd als een van de getuigen opgeroepen toen hij voor het gerecht moest verschijnen. Dijkstra werd veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Maar omdat in de jaren na de oorlog alle gevangenissen en strafkampen vol zaten werd Dijkstra in een geïmproviseerd strafkamp bij Delfzijl gestopt. Daar is hij op een dag ontsnapt en ‘verschwunden’ naar Duitsland. Volgens de Franeker familieleden van Bennie is er sindsdien nooit meer iets van Dijkstra vernomen.

 

SS-Oberscharführer Friedrich Eduard Grundmann, die Bennie naar het werkkamp in Drenthe heeft gestuurd, is na de oorlog ook opgepakt, vertelt Bennie. Grundmann was een kopstuk van de SD, en tijdens de bezetting een gevreesd man in Friesland vanwege zijn harde verhoren en zijn drankzucht. Volgens Bennie’s herinnering en informatie had Grundmann een Nederlandse vriendin in Dokkum, waar hij ’s avonds wel eens naartoe ging. Hij reisde dan via Veenwouden. Dat was bekend bij het verzet. Op een avond probeerde men hem te vermoorden bij De Valom. Deze liquidatie mislukte en  Grundmann overleefde de aanslag. De Oberscharführer wilde represaille en vroeg aan zijn superieuren in Groningen toestemming om Leeuwarden te bombarderen. Die toestemming kreeg hij niet. Wel mocht hij 15 gevangenen uit het Huis van Bewaring fusilleren. En dat heeft hij gedaan, een week voordat Bennie in het Huis van Bewaring gevangen werd gezet (zie blogpost: Akke en Bennie: hoe het begon).

Het fusilleren vond plaats vlakbij Dokkum, waar je Dokkum vanuit de richting Veenwouden binnenrijdt. De kapotgeschoten lijken zijn naar het Bolwerk van Dokkum gebracht. Daar moesten ze 24 uur blijven liggen, zodat iedereen kon zien dat er met Grundmann niet te spotten viel. 

Nu staat er een monument op het Bolwerk in Dokkum voor de 15 gefusilleerde mannen. Elk jaar worden bij het monument door schoolkinderen bloemen gelegd.

Op 19 april 1949 werd Grundmann door het Bijzonder Gerechtshof in Leeuwarden veroordeeld tot 12 jaar Rijkswerkinrichting voor zijn wandaden.

 

Nadat ik dit heftige verhaal even op me heb laten inwerken, praten we nog wat over de sporen van het Joodse leven in Leeuwarden, zoals de prachtige synagoge in de Sacramentstraat, waarin nu een dansschool is gevestigd en nu helaas niet meer dienst doet als synagoge. Akke vertelt dat zij de eigenaar van de dansschool, Saco V, kennen. Vroeger, toen Akke en Bennie nog in de Leeuwenhoekstraat woonden, woonden Saco V. met zijn vrouw – die jaren later eens ‘secretaresse van het jaar’ is geweest – tegenover hen. 

Op ’n gegeven moment gingen Saco en zijn vrouw scheiden. Akke had hierover geruchten gehoord en belde Saco op om te vragen of het klopte wat zij gehoord had. Nadat Saco het gerucht had bevestigd zei Akke dat ze het “verschrikkelijk” vond, omdat zij ook een kind hadden. Saco zei daarop dat ze niet zo dramatisch hoefde te doen. 

De vrouw van Saco bleef alleen achter in het huis aan de Leeuwenhoekstraat. Zij was soms bang om alleen thuis te zijn. Akke en Bennie nodigden haar daarom een keer uit om bij hun in huis te komen slapen. “Wij hebben een logeerkamer dus je bent altijd welkom”, zeiden Akke en Bennie tegen haar.

 

Vele jaren later deed Bennie eens boodschappen in de supermarkt aan de Wilhelminakade. Hij voelde hoe iemand op zijn schouder tikte. Het bleek de ex-vrouw van Saco V. te zijn. Ze hadden elkaar lange tijd niet gezien en gesproken en kwamen elkaar daar in de supermarkt weer tegen. Het ging goed met haar. Saco is later een dansschool begonnen in de Joodse Synagoge. Akke had daar wel moeite mee, zegt ze.

 

De telefoon gaat. Meneer de Rooi belt. Een paar jaar terug kwam hij regelmatig bij Akke en Bennie over de vloer i.v.m. Akke’s gezondheid. Meneer de Rooi werkte toen bij de GGD. Het was altijd gezellig als meneer de Rooi op bezoek was, dus nu belt hij nog wel eens om te horen hoe het gaat. 

 

Ik stop mijn aantekeningen in m’n tas en maak aanstalten om weg te gaan. Bennie, die het telefoongesprek inmiddels heeft beëindigd en al bezig is met het dekken van de tafel voor het middageten, vertelt dat hij ‘huisman’ is en A.D.H.D. heeft: Alle Dagen Heel Druk! “Maar”, zegt hij, “het geheim van oud worden is een jonge vrouw nemen, en dat heb ik gedaan”. Hij knikt in de richting van Akke, die inderdaad jonger is dan Bennie; 2 jaar. De maaltijd wordt gebracht en terwijl Akke en Bennie aan tafel gaan zitten, loop ik met een glimlach naar huis.

 

NB: alles in dit verhaal is verteld uit de herinneringen van Bennie en Akke. Of deze herinneringen historisch correct zijn heb ik tot nu toe niet kunnen verifiëren, maar dit is in elk geval zoals zij het zich herinneren en zoals zij het aan mij verteld hebben. En zo heb ik het ook opgeschreven

 

Op de foto: 

-       Links: oberscharrführer Grundmann

-       Midden: Bennie die op een luchtfoto de plek aanwijst waar zijn geboortehuis heeft gestaan, in de Torenstraat bij de Oldehove (onder de foto hangt een pentekening van de Oldehove)

-       Rechts: de Synagoge te Leeuwarden, waarin nu een dansschool is gevestigd

Please reload

Recente berichten

March 12, 2016

Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoorden
Please reload