Akke en Bennie en mijn moeder

18 Sep 2015

 

Een onderwerp dat vrijwel elk bezoek aan de orde komt is de Tweede Wereldoorlog. Akke en Bennie hebben beiden deze oorlog heel bewust meegemaakt en bewaren er vele herinneringen aan, zoals in mijn vorige blogposts te lezen is.

Toen er een keer gevraagd werd waar mijn belangstelling voor dit donkere hoofdstuk uit de geschiedenis vandaan kwam, vertelde ik hen over mijn moeder.

 

Geboren in Haan, een voorstad van Solingen bij het Ruhrgebied, heeft mijn moeder de oorlog als kind in Duitsland meegemaakt. Zij groeide op in een familie van hardwerkende arbeiders. Thuis hadden ze het niet breed en haar familieleden waren sterk tegen de ideeën en het regime van Hitler gekant. Toch moest haar vader vechten in Hitler‘s leger. Hij werd naar Rusland gestuurd, waar hij in 1942 tijdens een nachtelijk treffen met het Russiche leger door een schot in zijn hoofd omkwam. Dat was in de buurt van Charkov, in het huidige Oekraïne. Mijn moeder was toen 5 jaar oud. Zij kan zich de laatste keer dat zij haar vader zag nog levensecht voor de geest halen. Het niet terugkeren van haar vader en andere ingrijpende gebeurtenissen die zij tijdens de jaren van evacuatie die volgden op het sneuvelen van haar vader heeft meegemaakt, zijn traumatisch voor haar geweest. Deze trauma’s heeft zij ongeveer 20 jaar geleden, toen zij door haar huwelijk met een Nederlander al veel langer in Nederland woonde dan zij in Duitsland heeft geleefd, verwerkt door ze te beschrijven in een boek.

 

Ik vertelde Akke en Bennie over het boek van mijn moeder, dat de titel “Stormschade” draagt. Ze waren geboeid en stelden mij vragen over mijn moeder, haar familie, haar verleden, en bedachten dat het niet gemakkelijk voor haar moest zijn geweest om zo betrekkelijk kort na de oorlog als Duitse naar Nederland te komen.

Vanwege hun oprechte belangstelling besloot ik om Akke en Bennie een exemplaar van mijn moeders boek ‘Stormschade’ te geven. Dankbaar namen ze het in ontvangst en beloofden stellig om het gauw te gaan lezen.

 

Enkele weken later, op een zomerse zaterdagmiddag, kwam buurvrouw Elly onze tuin inwandelen.

   “Akke heeft gebeld,” zei Elly, “ze hebben het boek van jouw moeder gelezen en willen heel graag vertellen hoe zeer ze ervan onder de indruk zijn.” Akke had naar Elly gebeld omdat ze mijn telefoonnummer niet had – toen nog niet – en had aan Elly gevraagd of zij aan mij wilde vragen of ik haar wilde terugbellen. Dat wilde ik wel, maar niet dié middag. Floris, mijn vriend, was jarig en we verwachtten bezoek en ik moest ook nog met Floris naar het ziekenhuis omdat hij slijmbeursontsteking in zijn elleboog bleek te hebben.

   “Ik heb nu echt geen tijd,” zei ik tegen Elly, “mijn ouders komen en Floris z’n ouders en er is nog van alles te doen.” Op dat moment ging het er nogal hectisch aan toe bij ons en ik zei dat ik de volgende dag wel zou bellen. Elly besloot daarop om dat aan Akke door te geven.

Toen enkele uren later de barbecue alweer uitgerookt was, Floris met een mitella om zijn arm een afzakkertje zat te drinken en de eerste gasten afscheid hadden genomen, herinnerde ik mij het telefoontje van Akke naar Elly weer. Ik keek naar mijn moeder en stiefvader, die nog aan de koffie zaten en ook op het punt stonden om te vertrekken, en kreeg een spontane ingeving. Ik vertelde ze over Akke en Bennie, dat ze ‘Stormschade’ hadden gelezen en er behoorlijk van onder de indruk schenen te zijn. Ik stelde voor om even bij ze langs te gaan. Dat wilden ze wel en zo kwam het dat ik die avond met mijn moeder en stiefvader bij Akke en Bennie op de bank zat. Ze vonden het geweldig om mijn moeder te ontmoeten. Er werd ons van alles aangeboden wat we vriendelijk afsloegen omdat wij nog helemaal verzadigd waren van de barbecue. Ze vertelden waarom ze het boek zo mooi hadden gevonden. Mijn moeder zat er wat verlegen bij door alle aandacht, en beantwoordde hun vragen gewillig.

   “Het lijkt me ook wel heel erg voor u, om niet te weten waar uw vader precies begraven ligt,” zei Akke, verwijzend naar het einde van het boek, waarin mijn moeder vertelt dat haar vader ergens in een massagraf in Rusland ligt.

   “O, maar inmiddels weet ik waar hij ligt”, zei mijn moeder ze vertelde dat ze enkele jaren na het schrijven van haar boek een brief had gekregen van de Volksbund Deutscher Kriegsgräberfürsorge met daarin de locatie van haar vaders graf. Na een half uurtje verlieten we het huis van Akke en Bennie weer en zwaaide ik samen met Floris mijn ouders uit, die met de auto naar huis gingen.

 

Dat was de laatste keer dat ik mijn stiefvader zag. Twee maanden later overleed hij heel onverwacht aan een hartstilstand. Door de schok kreeg mijn moeder een hartinfarct en heel even leek het erop dat we ook haar zouden verliezen. Het was een heftige tijd waarin ik veel van huis, en veel bij mijn moeder was. Een tijdlang kwam ik er niet aan toe om Akke en Bennie te bezoeken, en op een middag stonden ze bij mij voor de deur. Ik was niet thuis en Floris deed de deur voor hen open. Hij bracht ze op de hoogte van de gebeurtenissen in mijn familie. Akke en Bennie waren geschokt en uitten hun medeleven door een paar dagen later een kaartje met troostende woorden door de brievenbus te gooien.

 

Toen ik in december even kort bij ze langs ging vertelde ik ze hoe mijn moeder het maakte. In Akke’s ooghoeken zag ik tranen glinsteren. Ook ik kon mijn ogen niet droog houden. Vlak voor kerstmis lagen er weer twee kaarten van Akke en Bennie op de deurmat: een voor Floris en mij, en één voor mijn moeder. Daarin lieten ze haar weten dat ze haar veel sterkte toewensten. Ik bracht de kaart naar mijn moeder, die hun goede wensen erg op prijs stelde.

 

Mijn moeder herstelde langzaam en met pasen kwam ze, voor het eerst sinds de dood van mijn stiefvader en haar hartinfarct, een paar dagen bij mij op bezoek. Toen Akke en Bennie dat hoorden nodigden zij ons uit voor de koffie. Gearmd liepen we de ochtend voordat mijn moeder weer terugging naar huis, naar het huis van Akke en Bennie. Zij hadden zich goed voorbereid op het bezoek: op de tafel stond een schaaltje koeken, en na de koffie kwam er een bordje met blokjes kaas met een ananasje en prikkertje erop op tafel. Ze hadden zich zeer uitgesloofd voor mijn moeder, die zich alle aandacht deze keer dankbaar liet aanleunen.

 

Op mijn verjaardag in juni kwamen Akke en Bennie mij met een bos bloemen feliciteren. Ik had ze uitgenodigd om ’s middags thee te komen drinken. Mijn moeder zou er dan ook zijn en Akke had eerder al aangegeven het leuk te vinden om mijn moeder weer te treffen. Dus kwamen ze die middag op mijn verjaardag aangelopen; Akke achter de rollator en Bennie ernaast. Zo stonden ze voor de deur toen ik die opende. In de achtertuin zaten we om de tuintafel aan de thee met taart. Akke rommelde in haar tas en haalde er een papiertje uit. “Ik heb een gedichtje voor u geschreven”, zei ze tegen mijn moeder. Verrast draaide mijn moeder zich naar Akke toe en luisterde toen zij begon voor te lezen:

 

In Sappemeer daar woont een mevrouwtje

Van nog geen 80, dus niet echt een oudje

Ze heeft ook een kind

Door haar zeer bemind

Een lieverd, dus echt geen stoutje!

 

Mijn moeder vond het geweldig, en nam het papiertje van Akke in ontvangst. “Dat zal ik altijd bewaren” zei mijn moeder.

En dat heeft ze ook gedaan. Het gedichtje van Akke ligt bij mijn moeder thuis in een mooi kistje dat zij haar ‘schatkistje’ noemt. Daarin bewaart zij dingetjes die zij van anderen gekregen heeft en die haar dierbaar zijn, geraakt of ontroerd hebben. Af en toe kijkt zij in dat kistje en dan verschijnt er een glimlach op mijn moeders gezicht, soms met een traan.

Altijd vragen Akke en Bennie hoe het met mijn moeder gaat. Haar boek lenen ze trots uit aan iedereen die het wil lezen.

Wanneer mijn moeder weer een paar dagen bij mij op bezoek komt, gaan we ook weer even bij Akke en Bennie langs.

Please reload

Recente berichten

March 12, 2016

Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoorden
Please reload

Lambeek tekst & vorm | Sylvia Lambeek | Groningen | 06 - 235 172 87

Bijgewerkt op 3 oktober 2019