Akke en Bennie bellen op

29 Sep 2015

 

Ik ben Akke haar verjaardag vergeten. Kort geleden werd ze op een mooie zonnige vrijdag 90 jaar en ik ben het vergeten. Toen ik de volgende avond laat in bed lag te lezen schoot het mij opeens te binnen. Ik kon mezelf wel voor m’n hoofd slaan, maar kon er op dat moment niets aan doen. Ook de volgende dag  – die zondag ging ik met mijn moeder en twee zussen naar de Sisi-tentoonstelling in Paleis Het Loo bij Apeldoorn en we zouden daarvoor al op tijd vertrekken en waarschijnlijk vrij laat weer thuiskomen – lukte het mij niet om Akke te bellen. Mijn schuldgevoel groeide (‘wat zullen ze nu wel niet van mij denken? Dat ik alleen maar bij ze kom om mooie verhalen op te halen? Dat ik niet eens even aan Akke’s verjaardag kan denken? Dat ik een grote egoïst ben?) en ik nam mij heilig voor om die maandagochtend meteen te bellen. Maar op internet kon ik hun telefoonnummer niet vinden. Ik was nog bij mijn moeder, waar ik het hele weekend had gelogeerd vanwege die Sisi-tentoonstelling, en zou die maandagavond laat pas thuiskomen, dus ik kon ook niet even snel bij haar langs gaan. Niets aan te doen. ‘Dan dinsdagmiddag maar meteen bellen, nadat ik de post heb bezorgd’, besloot ik. Sinds een maand heb ik een bijbaantje als postbezorger bij mij in de buurt, om naast de eerste schamele inkomsten als beginnend zzp’er een beetje bij te kunnen verdienen. En dat moest eerst gedaan worden. Bovendien zijn Akke en Bennie tot 10.00 uur ’s ochtend meestal bezig om hun dag ‘op te starten’ en wilde ik ze ook niet te vroeg storen. Toen ik klaar was met mijn wijk was het al 12.00 uur. Dan zitten ze te eten, dus dat leek mij ook niet zo’n geschikt moment om te bellen. Om 13.00 uur, 4 dagen na haar verjaardag, pakte ik eindelijk de telefoon, zocht het nummer van Akke en Bennie daarin op en belde ze.

 

Bennie nam de telefoon op. “Ah, mevrouw Sylvia”, klonk het aan de andere kant van de lijn nadat ik me had aangekondigd. (Klonk hij boos? Teleurgesteld?) “Wat kan ik voor u betekenen?” (Nog steeds kon ik zijn stemming niet peilen.) Ik zei dat ik dadelijk ook heel graag Akke even wilde spreken om haar te feliciteren met haar verjaardag  - “Oh was ze jarig dan? Dat ben ik alweer vergeten!” - maar dat ik allereerst mijn excuses wilde aanbieden omdat ik het helemaal was vergeten. “Oh nou vreselijk! Ja, ik kon er vannacht ook echt niet van slapen,” zei Bennie, “mijn vrouw moest mij eerst een pilletje geven en toen ging het weer goed!” (‘Gelukkig, hij maakt grapjes en is dus niet boos’, dacht ik opgelucht.) Ik kreeg Akke aan de telefoon, feliciteerde haar hartelijk en zei dat ik het heel erg vond dat ik haar verjaardag helemaal was vergeten. “Oh nou dat hindert helemaal niet hoor,” zei Akke, “ik had je natuurlijk wel even gemist, maar het was hier zó druk dat ik dat ook snel weer vergeten was!” En ze vertelde hoe ze die dag in de watten is gelegd: hoe andere buren uit de straat haar ’s ochtends hadden gewekt met een verjaardagsontbijt, hoeveel vrienden en kennissen even zijn aangewipt en hebben opgebeld, hoe familieleden ’s middags op bezoek kwamen, en hoe ze die zondag een ‘high tea’ hadden met kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen in een restaurant bij Leeuwarden. Ze was er nog moe van maar keek zeer voldaan terug op alle aandacht die ze had gekregen voor haar 90ste verjaardag. Ik was blij voor haar en legde nogmaals uit dat ik echt vast van plan was geweest om langs te komen en er de hele week aan had gedacht maar dat het mij door alle drukte op de dag zelf kennelijk tóch nog ontschoten was en dat ik mij daar zeer schuldig over voelde. “Je hebt er misschien gewoon wel teveel aan gedacht”, was Akke’s nuchtere reactie. We kletsten nog even door over koetje en kalfjes en voordat we ophingen zei Akke: “Wil je me beloven dat je er niet meer over in zult zitten?”

“Ja oké dat beloof ik…”

“Zeg dan ‘ja lieve Akke dat beloof ik’?”

“Ja, lieve Akke, dat beloof ik!”

En toen hingen we op.

 

Dit was de eerste keer dat ik naar Akke en Bennie belde. Ik had hun telefoonnummer nog niet eens, maar heb deze opgezocht in onze telefoon onder ‘ingekomen oproepen’, want Akke en Bennie hebben mij al wel vaker gebeld.

 

Vorig jaar heeft Akke mijn telefoonnummer gevraagd, niet lang nadat ze naar buurvrouw Elly had gebeld om mij te bereiken. “Dan kan ik je bellen als het nodig is,” zei ze. Ik had daar geen enkel bezwaar tegen dus gaf ik haar mijn nummer.

 

De eerste keer dat Akke belde was na een bezoek van mij, toen ik ze had gevraagd of ik twee boeken over de oorlog in Leeuwarden van ze mocht lenen. Ik had ze al eens eerder geleend, maar nu zou ik een artikel schrijven voor het plaatselijke huis-aan-huis blad en wilde daarvoor nog informatie uit die boeken opzoeken. Uiteraard mocht ik de boeken nogmaals lenen, maar Bennie moest daarvoor naar zolder, waar ze opgeborgen lagen. Dus zou hij ze eerst opzoeken en dan naar mij brengen.  Prima geregeld. Maar ongeveer twee uurtjes nadat ik bij ze was weggegaan – meestal vertrek ik rond 12.00 uur omdat Akke en Bennie dan gaan eten – ging de telefoon. Akke. Of ik die boeken niet toch zelf nog had, want ze konden ze nergens vinden. Ik wist zeker dat ik ze niet meer had, en zei dat tegen Akke. “Ik geloof je meteen”, zei Akke en even later: “O, daar zijn ze al, Bennie heeft ze toch nog gevonden” en op de achtergrond hoorde ik Bennie de kamer binnenkomen en zeggen dat hij de boeken had.  Die middag bracht hij ze langs.

 

Sinds die eerste keer wordt ik regelmatig gebeld, meestal door Akke. De aanleiding voor het telefoontje verschilt per keer. Toen ik met mijn moeder bij ze op bezoek was geweest belde een ietwat onzekere Akke ’s middags op om te vragen hoe we het bezoekje aan hun hadden gevonden, en of mijn moeder het wel leuk had gevonden. Ze vroeg of we de blokjes kaas wel lekker hadden gevonden, want ze had ze “zo raar op tafel gezet,” zei ze. Ik verzekerde haar dat dat niet het geval was en dat we heerlijk van de blokjes kaas hadden gesnoept. “Nou, dan doe ik dat de volgende keer weer” zei Akke gerustgesteld.

 

Een poosje geleden had ik een bakje bonensoep naar ze gebracht, waarna Akke belde om me daarvoor te bedanken en te zeggen hoezeer ze ervan gesmuld had.

 

Één keer belde Bennie. Dat was om te zeggen hoe leuk hij het artikel vond dat ik over hem en zijn onderduikperiode tijdens de oorlog had geschreven, voor het huis-aan-huis blad. En om te zeggen hoeveel reacties hij daar op kreeg. “Ik kan niet meer over straat,” zei hij “ik wordt door iedereen aangesproken.” Ook kreeg hij vele telefoontjes naar aanleiding van het artikel.

 

Toen ik laatst gezellig aan de koffie zat op de bank bij Akke en Bennie vertelde ik hen over mijn nieuwe bijbaantje als postbezorger. Dat ik daarvoor ook zelf de post moet sorteren. En dat dat best veel tijd kost iedere keer. Na dat bezoek belde Akke mij ook op: “Sylvia, zal ik je helpen met sorteren?” Ze vond dat ze tijd genoeg had en mij heel graag wilde helpen als dat iedere keer zo’n klus is om te sorteren. Geroerd door haar gulle en lieve aanbod zei ik dat ik er waarschijnlijk alleen even wat routine in moet krijgen en dat het vanzelf sneller zou gaan allemaal. Aarzelend liet ze zich overtuigen, met mijn belofte dat als het écht teveel wordt dat ik dan met de bakken post naar haar toe kom en we samen gaan sorteren.

Dat lijkt mij een goede deal. Ik denk dat ik haar dan eerst even bel.

Please reload

Recente berichten

March 12, 2016

Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoorden
Please reload

Lambeek tekst & vorm | Sylvia Lambeek | Groningen | 06 - 235 172 87

Bijgewerkt op 3 oktober 2019