Lambeek tekst & vorm | Sylvia Lambeek | Groningen | 06 - 235 172 87

Bijgewerkt op 3 oktober 2019

Franzi

12 Mar 2016

 

Het gevaar van het besluit om niet meer elke week te bloggen is natuurlijk dat je dan helemaal niet meer gaat bloggen. De bekende ‘stok achter de deur’ is weggevallen en je kunt rustig achterover gaan leunen. Dat heb ik dan ook gedaan. Ten minste, wat het bloggen betreft. Want met allerlei andere zaken ben ik druk doende geweest: toneelspelen, verder werken aan mijn bedrijf, kerst, oud&nieuw, familieperikelen. En Akke en Bennie natuurlijk! Want het is niet zo dat ik gedurende deze ‘blogloze’ periode niet bij hen op bezoek ben geweest. Zeker niet. Een paar keer heb ik hen bezocht en we hebben gebeld. Zo belde Akke mij enkele maanden geleden op om te vertellen dat ze haar heup uit de kom had. Ze lag in de woonkamer op bed met een brace om haar heupen die ze zes weken moest omhouden. Inmiddels is Akke alweer goed aan het herstellen, en ben ik toe aan een nieuw verhaal. Want tijdens één van deze bezoeken vertelde Bennie over zijn Oostenrijkse pleegzus: Franzi.

Kort na de Eerste Wereldoorlog, tijdens de jaren van wederopbouw, leed een groot deel van de Oostenrijkse bevolking honger. Veel kinderen werden in schoolvakanties ondergebracht bij gezinnen elders in Europa om op krachten te komen.  Franzi, een klein en mager Oostenrijks meisje met blond halflang haar dat met een haarspeldje vastzat, kwam als ‘hongerkind’ naar Nederland. In Leeuwarden vond zij onderdak bij de toekomstige ouders van Bennie, die toen nog kinderloos waren. Op de foto uit die tijd staat zij tussen haar Leeuwardse pleegouders in. Met een diepe frons, maar met beide handjes ontspannen op een knie van haar pleegouders gelegd, kijkt zij in de camera. Het moet spannend geweest zijn voor het kleine meisje in dat vreemde land met die gekke, onbekende taal.

Enkele jaren later kwam Franzi andermaal naar Leeuwarden. Het was in de zomer van 1924 dat zij  - inmiddels opgroeiende en -bloeiende tot een mooie jongedame -  achter een kinderwagen rondliep door de Prinsentuin in Leeuwarden. In deze kinderwagen zat Bennie, een blakende baby van ruim zeven maanden. Bennie weet er niets meer van, maar zo is het hem verteld. 

Ook na deze zomer ging Franzi weer terug naar Oostenrijk, naar huis. Maar deze keer bleef zij daar. Zij was nu een jonge vrouw die haar leven in haar thuisland Oostenrijk aan het opbouwen was. 

Begin jaren ’30 kregen Bennie en zijn ouders een brief van Franzi. De economische crisis had na de beurskrach van 1929 op Wallstreet ook in Europa toegeslagen en Franzi was haar baan kwijtgeraakt. In de brief vroeg zij of er ook een mogelijkheid was om in Leeuwarden te komen werken. De ouders van Bennie, gastvrij en hulpvaardig als altijd, boden Franzi een baan aan in hun zaak; de winkel ‘IJzerhandel en Gereedschappen’. 

Franzi kwam naar Leeuwarden.  ’s Ochtends deed zij administratief werk in de ijzerhandel van Bennie’s vader. Voor de middagen vond zij een baantje als kindermeisje bij de vooraanstaande Joodse familie Sanders, die aan de Nieuwestad in Leeuwarden een hoedenzaak had. 

Franzi had het naar haar zin in Leeuwarden en met haar baantjes. Bennie was inmiddels een tiener en had er ook een broertje bij gekregen. In deze jaren leerde Bennie zijn Oostenrijkse ‘pleegzus’ beter kennen en bouwden ze een band met elkaar op.

Ondertussen was in Duitsland Hitler aan de macht gekomen en in 1938 vond de ‘Anschluss’ met Oostenrijk plaats. Als gevolg daarvan moesten alle in het buitenland verblijvende Duitsers en Oostenrijkers weer ‘heim ins Reich’. Ook Franzi moest afscheid nemen van haar leven in Leeuwarden en terug naar Oostenrijk. Toen kwam de oorlog. Franzi en haar Nederlandse familie verloren elkaar uit het oog.

Rond 1970 waren Akke en Bennie op vakantie in Oostenrijk, in Süd-Tirol. Bennie had Akke verteld over zijn ‘pleegzus’ van voor de oorlog. Op de één of andere manier (hoe is niet meer precies te achterhalen, waarschijnlijk is er af en toe toch nog een brief van Franzi gekomen) wist Bennie dat Franzi was getrouwd en dat haar man en zijn broer een hotelletje hadden in een dorp vlakbij Bolzano. Omdat zij in de buurt waren, zijn Akke en Bennie op een rustige zondagochtend naar het dorpje toegereden waar ze de weg hebben gevraagd naar het hotel. Ze werden verwezen naar een restaurantje. Daar troffen Akke en Bennie de vrouw des huizes aan die, na even met elkaar gepraat te hebben, de aangetrouwde schoonzus van Franzi bleek te zijn. Zij was getrouwd met de broer van Franzi’s echtgenoot, met Franzi’s zwager dus, en wilde niet veel informatie kwijt over Franzi en haar man. Uit het beetje dat ze vertelde maakten Akke en Bennie op dat ze met elkaar in onmin waren geraakt en nu niet meer samen het hotel runden. Akke en Bennie verlieten onverrichterzake het restaurant en reden naar een hotel in de buurt. Daar hebben ze gegeten en de nacht doorgebracht.

Een verhaal over Akke en Bennie is nooit compleet zonder een toevallige gebeurtenis. Sterker nog: toeval bestaat niet in het leven van Akke en Bennie. Alles gaat zoals het gaat en is zoals het moet zijn. Ook in dit verhaal.

In het hotel waar ze hadden overnacht raakten Akke en Bennie in gesprek met een man die Franzi en haar echtgenoot kende. Hij wist hun te vertellen dat zij naar Wenen waren verhuisd en gaf hun het adres. Helaas lukte het Akke en Bennie niet meer om er naartoe te rijden, want Wenen was nog 700 kilometer verder. Maar opgetogen over het feit dat zij nu het adres van Franzi hadden, reden zij terug naar Leeuwarden.

Thuisgekomen hebben Akke en Bennie meteen pen en papier gepakt en een lange brief geschreven naar Franzi. Enkele weken later kregen zij een brief terug. Franzi schreef dat zij “so geweinnt” had toen zij las dat Bennie met Akke in Oostenrijk naar haar op zoek was geweest.

Ze bleven met elkaar schrijven en een jaar later reden Bennie en Akke naar Wenen, naar het adres van Franzi en haar man Vigill.

Franzi en Vigill woonden in een oude hoge flat in Wenen zonder lift en zonder afvoer. Onder de gootsteen stond een emmer die telkens, zodra hij vol was, geleegd werd in de wc. Ook moest Vigill dagelijks met de zware kolenkit de trappen op en af sjouwen. Het was een eenvoudig klein flatje met één slaapkamer die Franzi en Vigill liefdevol afstonden aan hun Nederlandse gasten. De gastvrouw en –heer sliepen op een matras in de woonkamer, op de grond.

Het weerzien was emotioneel en de begroeting allerhartelijkst.

Franzi ging elke dag naar haar werk. Vigill leidde Akke en Bennie dan rond door Wenen en liet ze alle hoogtepunten zien: Het Riesenrat, het Prater, Schönbrunn. Ook zijn ze nog bij familie van Vigill op bezoek geweest.

Na ongeveer 5 dagen wilden Akke en Bennie weer naar huis. Franzi had haar gasten graag langer over de vloer gehad, maar Akke en Bennie voelden zich er niet prettig bij dat Franzi en Vigill op de grond moesten slapen.

Sinds dit bezoek hebben Akke en Bennie steeds contact onderhouden met Franzi. Samen met haar man Vigill is ze nog op bezoek geweest in Leeuwarden, en Akke en Bennie zijn nogmaals naar Wenen gereisd om ze daar te bezoeken. Die keer waren Bennie’s jongere broer en schoonzus mee en hebben ze in een hotel overnacht. Nadat Vigill was overleden is Franzi nog met haar schoonzusje op bezoek geweest bij Akke en Bennie in Leeuwarden.

Franzi werd ouder en verhuisde naar een verzorgingshuis. Tijdens een reis naar Joegoslavië kwamen Akke en Bennie langs Wenen en hebben ze Franzi daar nog bezocht. Franzi was zeer verrast door dat onverwachte bezoek.

Op een dag ontvingen Akke en Bennie het bericht dat Franzi was overleden.

Franzi en Vigill hadden samen geen kinderen, maar Vigill had een dochter uit een eerdere flirt, vóór zijn huwelijk met Franzi. Deze dame wilde toen niet met Vigill trouwen. Akke en Bennie hadden zijn dochter ook eens ontmoet, tijdens een van hun bezoekjes aan Franzi en Vigill.

Jaren later, na het overlijden van Vigill en Franzi, gingen Akke en Bennie weer eens naar Bolzano. Zij besloten bij de dochter van Vigill – die inmiddels was getrouwd – op bezoek te gaan. Toen ze daar aankwamen en op de echtgenoot van Vigills dochter toeliepen die al in de deuropening stond te wachten, sloot hij zijn handen om de uitgestoken handen van Akke en Bennie en zei: “Willkommen!”

 

 

PS: Vigills dochter en haar man hebben twee kinderen gekregen. Deze kinderen zijn beiden in Nederland gaan studeren.

 

PPS: Het Joodse gezin Sanders, waar Franzi kindermeisje was geweest, is in december 1942 opgepakt en weggevoerd naar het doorgangskamp Westerbork. Meneer Sanders is vanuit Westerbork nog een keer bij Bennie’s vader in de zaak geweest. Van de kampleiding had hij de opdracht gekregen om iets te repareren en was zodoende in de IJzerhandel in Leeuwarden terecht gekomen. De vader van Bennie adviseerde hem om onder te duiken. Maar dat wilde meneer Sanders niet want als hij niet terug zou gaan, liet hij zijn gezin in de steek. In 1945, twee weken voor de bevrijding, is hij gestorven in kamp Buchenwald. Zijn vrouw en drie kinderen, waar Franzi voor de oorlog op had gepast, zijn in 1944 in Auschwitz vergast.

 

PPPS: het beloofde verhaal “verliefd, verloofd, getrouwd”, over hoe Akke en Bennie elkaar hebben ontmoet, houden jullie nog tegoed.

Please reload

Recente berichten

March 12, 2016

Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoorden
Please reload