Akke en Bennie: verliefd, verloofd, getrouwd.

Op 7 januari 2018 zijn Akke en Bennie 70 jaar getrouwd. In de straat wordt door de buren al heen-en-weer ge-whatsappt over ideetjes hoe we het tweetal die dag in het zonnetje kunnen zetten. Uiteraard gaat dit overleg helemaal aan het platina bruidspaar voorbij…

 

Zeventig jaar! Bijna een heel mensenleven delen Akke en Bennie hun leven al met elkaar. Een leven waarin zóveel veranderingen in de wereld hebben plaatsgevonden dat het bijna niet bij te houden is. Maar Akke en Bennie doen hun best om alles bij te houden. Het enige wat ze – nog – niet doen is een smartphone aanschaffen en gebruiken. Maar wie weet. Ze zijn er modern genoeg voor.

Inmiddels 94 en 92 jaar oud scharrelen en schuifelen ze door hun huis en komen nog alle dagen nog tijd te kort. Akke heeft sinds een aantal maanden een trippelstoel, waarmee ze zich door de woonkamer verplaatst. Want door haar neuropathie lukt het lopen niet meer en met de rollator werd het ook steeds lastiger. Maar nu kan ze weer wat gemakkelijker zelfstandig bewegen naar keuken, eettafel en zithoek. “Mijn vrouw heeft een ‘tippelstoel’,” zegt Bennie gekscherend, waarop Akke met hetzelfde gevoel voor humor zegt: “Ja, ik ben een tippelaarster!”

 

Is dat het geheim van hun lange huwelijk? De áltijd-aanwezige humor in hun relatie? Toen ik een poosje geleden bij ze op bezoek was heb ik het ze gevraagd.

 

Bennie en Akke hebben elkaar begin 1947 leren kennen.

 

Op 27 juli 1942, op de verjaardag van broer Koos, slaagde Akke voor haar ULO examen. Zij kon aan de slag bij Koninklijke Koopmans Meelfabrieken, waar zij orders moest uitschrijven en bonnen verzorgen. Alles werd toen nog met de hand geschreven. Tijdens de bezetting van ‘40–‘45 was er geen communicatie met Amerika mogelijk waardoor er niet gemoderniseerd kon worden. Dat veranderde na de oorlog toen de heer Poelman van Philips door Koopmans werd aangetrokken om de modernisering bij de meelfabrieken op gang te helpen. Poelman had een assistent nodig, en zo kwam Bennie op 1 november 1945 het kantoor van Koopmans Meelfabrieken binnenwandelen.

Om Poelman goed van dienst te kunnen zijn moest Bennie twee weken op cursus bij IBM in Amsterdam. De treinverbindingen waren slecht in die tijd, dus nam Bennie zijn intrek in een hotel in de hoofdstad.

Koopmans Meelfabrieken had ponsmachines aangeschaft en Bennie leerde bij IBM om gegevens in ponskaarten te verwerken. Hij zou deze verworven kennis bij Koopmans moeten overdragen op de kantoormeisjes, zodat zij in het vervolg met behulp van de ponsmachines facturen konden opmaken

 

Niet lang daarna vloog Akke met vriendin Alie van Luchthaven Leeuwarden naar Schiphol. Daar stond broer Koos op hun te wachten, die in Amsterdam woonde en bij Het Vrije Volk werkte. Ze gingen een paar dagen bij hem logeren.

De terugweg ging per trein. Op het station in Leeuwarden zag Akke die nieuwe collega staan, die op kantoor was aangenomen voor de introductie van de ponsmachine.

Op kantoor werd een strikte werkhouding van de werknemers vereist, waardoor het niet goed mogelijk was om even een sociaal praatje met collega’s te maken. Maar hier op het station van Leeuwarden golden die strenge regels niet, dus trok Akke haar vriendin Alie mee naar Bennie, die daar – eveneens met een vriend – op het Perron stond. 

 

Het praatje was kort, maar het zaadje voor een langdurige liefde geplant.

 

Bennie was met zijn vriend Gerard op weg naar Franeker, toen hij Akke en Alie op het station van Leeuwarden zag. Eenmaal in de trein zei Gerard tegen Bennie: “Ik neem die lange wel, neem jij die andere maar!” Die ‘andere’ was Akke.

 

Gerard en Alie zijn later getrouwd.

Bennie en Akke ook.

 

Bennie vond Akke meteen leuk. “Zij zag er leuk uit”, zegt Bennie. Maar het was kort na de oorlog en toen had Bennie geen tijd voor leuke meisjes.  Bovendien was de tijd voor een relatie nog niet rijp, want Akke had al verkering met een andere jongeman.

 

Wim Kingma, sinds 1942 de ‘verkering’ van Akke, zat in de tijd dat Bennie en Akke elkaar bij Koopmans leerden kennen in Engeland voor een militaire opleiding. Dus Akke en Wim zagen elkaar in die periode niet zo vaak.

Op een mooie zondagmiddag wandelde Akke met een vrouwelijke collega in het Rengerspark. Daar waren ook wel jongemannen aan het wandelen. Akke werd gezien door de buurvrouw van Wim. En deze buurvrouw liet Wim weten dat ze Akke in het park had zien lopen met andere mannen.

Toen Akke korte tijd later een brief van Wim op de deurmat zag liggen pakte ze hem op, in de veronderstelling dat hij daarin weer verslag zou doen van zijn leven en opleiding in Engeland. Ze had natuurlijk al eerder brieven van Wim ontvangen en las ze altijd met belangstelling.  Maar deze keer was het een ander soort brief. Haar eigen foto, die ze Wim had meegegeven toen hij naar Engeland vertrok, zat in de envelop. Verbaasd las Akke de brief van Wim, waarin hij een punt zette achter hun relatie. De weg naar Bennie was vrij…

 

Ondertussen hadden Gerard en Alie verkering gekregen. Zij vroegen Akke en Bennie wel eens mee op een uitje. Ook maakten Akke en Bennie, sinds hun ontmoeting op het perron, wel eens kort een praatje met elkaar op kantoor. Geleidelijk aan kregen zij verkering.

 

Wanneer hun eerste kus heeft plaatsgevonden is onduidelijk.

“Volgens mij moet ik die nog steeds krijgen”, zegt Akke quasi verontwaardigd. Maar Bennie is er heel stellig in: het gebeurde op het schoolplein van de openbare school vlakbij Akke’s huis.

Beiden kunnen zich niet meer echt gevoelens van verliefdheid herinneren. “Maar die zijn er vast wel geweest”, zegt Bennie.

 

Bennie had een 16-kwadraats zeilbootje – een soort kleine BM – waarmee ze wel eens gingen zeilen. Dat bootje lag in de haven van de Potmarge bij Huizum. Akke kreeg tijdens het varen vaak kramp in haar voet. Maar dat belette hun niet om mooie zeiltochten te maken naar Wartena, Earnewoude en Grouw. Ze gingen dan altijd in één dag op-en-neer.  Een enkele keer gingen Gerard en Alie met hun mee.

 

Inmiddels leerden Akke en Bennie ook wederzijdse familieleden kennen, en gingen ze wel eens op bezoek bij een nicht van Bennie – Stien - die in Hilversum woonde.

 

Op ’n gegeven moment hebben Akke en Bennie besloten zich te verloven. De verloving werd gevierd in Akke’s ouderlijk huis. Volgens Akke was dat op een mooie pinksterdag, maar dat weet Bennie niet meer. Het was in elk geval een gezellige verlovingsbijeenkomst. Akke’s moeder had voor hapjes en drankjes gezorgd. De visite kon de verlovingsringen bewonderen, die Akke en Bennie al eerder aan elkaars vinger hadden geschoven.

 

Er moest gespaard worden voor de uitzet. In deze na-oorlogse tijd was er nog steeds niet veel in de winkels te koop en alles was nog op bonnen.

 

Op 7 januari 1948 zijn Akke en Bennie getrouwd in het gemeentehuis van Leeuwarden. Akke droeg een eenvoudig donkerblauw mantelpakje met witte sierstiksels op de schouders. Ze had een boeket van witte anjers dat met wit kant bij elkaar gebonden was. In haar blonde krullen staken ook enkele anjers.

Bennie en Akke droegen beide een corsage met een witte Anjer op de borst.

Het bruidsboeket en overige bloemen waren door Bennie besteld bij bloemenzaak Heitman in Franeker, de zaak van zijn oom en tante waar hij in de oorlog ondergedoken had gezeten.

Zelf droeg Bennie een lichtbruin pak met visgraatmotief. Daaronder had hij een licht overhemd en een gespikkelde stropdas die met een dasspeld met parel bij elkaar gehouden werd. Zijn dikke donkere en krullende haardos zat glanzend achterover gekamd.

Ze zijn niet in de kerk getrouwd, want Bennie was niet gelovig opgevoed en Akke een heel klein beetje. Wel is Akke als baby gedoopt in de Nederlands Hervormde kerk. Maar Akke en Bennie vonden het niet nodig om voor hun huwelijk een kerkelijke inzegening te vragen.

De receptie en het etentje vonden wederom plaats bij Akke’s ouders thuis.

 

Hun eerste woning samen was in Akke’s ouderlijk huis in de achterkamer. Daar hebben ze vier maanden gewoond. Ook Akke’s zus woonde met man en kind bij haar ouders. Zij ‘hokten’ in de voorkamer. Hun ouders sliepen in hun eigen slaapkamer op de bovenverdieping. Ze woonden daar destijds dus met drie gezinnen. In deze tijd van woning schaarste was dat niet ongebruikelijk. Terwijl Bennie elke dag op zijn fiets naar zijn werk bij Koopmans ging, maakte Akke zich nuttig door elke dag voor de hele familie te koken.

Eenmaal getrouwd is Akke gestopt met werken bij Koopmans meelfabrieken. In die tijd mochten getrouwde vrouwen niet werken en kregen zij na hun huwelijk ontslag.

 

Hoe gezellig het ook was bij pa en ma Kamminga, en hoe gastvrij zij ook waren, het jonggehuwde stel wilde op ’n gegeven moment toch graag op zichzelf wonen. Nadat Bennie in het voorjaar van 1948 een gesprek had aangevraagd bij de wethouder, kregen zij een huurwoning toegewezen in de P.C. Hooftstraat. Onder de voorwaarde dat zij de helft van hun woning zouden onderverhuren, trok Wybe, een broer van Akke – die ook woonproblemen had - met vrouw en kind in op de bovenverdieping van het eerste huurhuis van Akke en Bennie.

Drie jaar later kocht de vader van Bennie voor 4000 gulden een huis in de Cambuurstraat, met een ton als w.c.  Daar hebben Bennie en Akke gewoond van 1950 tot 1960. Na die 10 jaar hadden zij het huis aan Bennie’s vader afbetaald.

 

Ondertussen hadden Bennie en Akke een gezin gesticht. Op 9 juli 1948 is hun eerste kind geboren. Johanna Gerrie, genoemd naar de beide moeders van Akke en Bennie, kreeg de roepnaam Joke.  Zij is geboren op de verjaardag van haar oom Arjen, weer een andere broer van Akke. (Toen Bennie met Akke ging trouwen was zij al 3 maanden in verwachting van Joke. “De Mare was ons al vooruitgesneld” zei Akke, want de hele buurt had destijds al geweten dat Akke ‘moest’ trouwen.)

Hun tweede kind, een jongen dit keer, werd geboren op 3 januari 1950 en kreeg de namen Christiaan Homme, naar de beide vaders. Met de geboorte van Chris was het gezin Postmus compleet.

 

Nu, 70 jaar later, zijn Akke en Bennie nog steeds samen. Zij hebben drie kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Overal in de woonkamer prijken foto’s van de kinderen en ze pakken er graag een album bij om nog meer foto’s van hun nazaten te laten zien. Belangstellend volgen zij de levens van kinderen, klein- en achterkleinkinderen. Wanneer zij over hen vertellen krijgen zij een twinkeling van vreugde en trots in hun ogen. Akke schrijft voor hen allen kleine gedichtjes die zij dan bij bepaalde gelegenheden aan hen geeft of opstuurt. Geen van de kinderen en kleinkinderen woont in Leeuwarden, maar ze weten allemaal de weg naar Leeuwarden te vinden om hun over-groot-ouders met regelmaat een bezoek te brengen.

 

“Wat is het ingrediënt voor een goed huwelijk?” Deze vraag stel ik hen nadat zij mij hun hele verhaal hebben verteld.

“Nou meid, ik kan hem soms echt wel achter het behang plakken hoor”, zegt Akke, “maar ik kan niet behangen!” Bennie lacht vanuit zijn stoel om dit grapje van zijn vrouw. Maar dan worden ze toch serieus.

“Je moet altijd eerlijk zijn tegen elkaar”, zeggen ze. En er volgen enkele waarden die voor Akke en Bennie in hun huwelijk altijd belangrijk zijn geweest; wederzijdse waardering en elkaar willen helpen. Daar draait het toch vooral om, vinden zij.

“Het gaat vanzelf”, zegt Bennie, “maar ieder had zijn taak en je moet beiden je plicht doen!” Zo ging Bennie altijd naar zijn werk en deed hij de tuin. Akke zorgde voor het huishouden. Zij was druk met de kinderen en Bennie was druk op kantoor.

Nooit zijn ze in de verleiding gekomen om iets met een ander te beginnen.

 

Echte ruzies kunnen zij zich niet herinneren. Maar Akke vertelt dat Bennie soms wel heel boos kon worden als hem iets niet aanstond en dan gooide hij wel eens wat op de grond. Akke kon daar dan zo ontdaan van zijn dat zij soms een week niet tegen Bennie praatte. “Hij was niet altijd gemakkelijk in de omgang”, zegt Akke.

Bennie zwijgt, knikt bijna onzichtbaar en haalt lichtjes zijn schouders op.

“Wil je nog koffie?” vraagt hij….

 

Tijdens alle gesprekken die ik met Akke en Bennie voer, en onder het drinken van de vele kopjes koffie die mij steeds gastvrij worden aangeboden, valt mij altijd hetzelfde op: hun belangstelling voor de medemens, hun eerlijkheid en openheid, hun betrokkenheid bij de mensen om hen heen, hun gastvrijheid, hun trouw en hulpvaardigheid, hun liefdevol ‘bekvechten’ met elkaar. En bovenal hun humor! Keer op keer maken zij grapjes. Over elkaar. Over zichzelf. Met humor geven zij hun leven kleur en kleuren zij hun dagen. Wat zou het mooi zijn als elk stel op deze manier samen oud zou kunnen worden.

 

 

PS: toen ik vorige week bij Akke en Bennie dit verhaal voorlas om het nog even te checken op feiten, zei Akke nadat ik de laatste zin had voorgelezen:

“En ze leefden nog lang en gelukkig!”

 

 

Please reload

Recente berichten

March 12, 2016

Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoorden
Please reload

Lambeek tekst & vorm | Sylvia Lambeek | Groningen | 06 - 235 172 87

Bijgewerkt op 3 oktober 2019