Lambeek tekst & vorm | Sylvia Lambeek | Groningen | 06 - 235 172 87

Bijgewerkt op 3 oktober 2019

En we noemen haar........

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Omdat mamma dood is.

Omdat er soms iets op je pad komt wanneer je er niet mee bezig bent.

Omdat het klopt.

 

Het bloed kruipt...

Floris had ‘botenkoorts’. Sinds we dit voorjaar ons ‘Pronkjewail’ hadden verkocht - een klein zeiljacht van het merk Sunbeam waar we 9 jaar lang de Noord-Nederlandse wateren mee hadden bevaren - zat hij op websites te zoeken naar een nieuwe boot. Ik was er niet blij mee. Niet voor niets had Floris zelf voorgesteld de boot te verkopen. We gingen van Leeuwarden naar Groningen verhuizen en zouden er de eerste tijd toch niet aan toe komen om met de Pronkjewail te gaan varen. En dan zou de boot maar liggen verkommeren in het water. En dat is jammer. Dus was ik het ermee eens.

Met een snik en een traan nam ik afscheid van ons fijne bootje waar we zoveel mooie vakanties mee hadden beleefd. “Misschien”, zeiden we tegen elkaar, “kopen we over een paar jaar wel weer eens een andere boot. Misschien.”

En dat was goed.

En toen merkte Floris dat zijn bloed kroop waar het niet gaan kon.

 

Mamma is dood

Één van de redenen waarom ik het enthousiasme van Floris voor een andere boot niet kon delen, was dat het met mijn moeder al een poos niet goed ging. Al vóór onze verhuizing naar Groningen in december vorig jaar, ging ze achteruit. Haar hart en nieren werden steeds zwakker en ze kreeg steeds meer moeite met gewone dagelijkse handelingen. Op het moment van onze verhuizing lag ze zelfs in het ziekenhuis. Maar daar wisten ze haar toch nog zo op te lappen dat ze met kerst naar huis kon.

De eerste maanden van het nieuwe jaar leek het redelijk goed te gaan. Begin juni zijn we nog met haar enkele dagen naar Sondheim geweest, het dorpje in de Rhön (Duitsland) waar mijn moeder de laatste jaren van de oorlog als evacué heeft gewoond. Dat wilde zij ons graag laten zien.

Kort daarna ging het mis. Op 30 juni werd ze met de traumahelikopter van Ameland opgehaald, waar ze met een vriendin op vakantie was. In het ziekenhuis hoorden we dat ze niets meer konden doen. Dat haar hart versleten was en haar nieren niet meer werkten. Ze mocht naar huis om daar rustig, in haar eigen omgeving, te sterven.

Zeven weken later stierf ze. Ik zat naast haar. Mijn linkerhand lag op haar schouder. Mijn rechterhand aaide over haar voorhoofd. Ik zag de mond van mijn moeder, met steeds langere tussenpozen, open gaan om adem te halen. Totdat ze ermee stopte. Ze was dood. “Dag mamma, ik houd zielsveel van je”, zei ik tegen haar. En toen liet ik haar los.

 

Wanneer je er niet mee bezig bent

Al die weken aan mijn moeders sterfbed heeft Floris mij gesteund en getroost. Vaak op de achtergrond, soms aan de telefoon, en op cruciale momenten naast mij met zijn arm om mij heen. “Ik zal heel goed voor Sylvia zorgen”, fluisterde hij in mijn moeders oor toen hij afscheid van haar nam, twee dagen voor haar dood.

Floris was in die tijd veel alleen thuis. Zijn werk ging gewoon door en ik was bij mijn moeder.

Elke dag hadden we even contact. 's Avonds - alleen thuis op de bank - keek Floris op websites naar boten. Het boeide mij niet.

Op een avond kort na mijn moeders dood was Floris bij mij in mijn moeders huis. Ik logeerde daar al enkele weken en mijn zussen en ik waren die dagen druk bezig met het regelen van de uitvaart. Het was een warme zomeravond en we zaten buiten op het terras. Opeens vertelde Floris dat hij een boot had bekeken die te koop was. Hij vertelde dat het een mooie ruime boot is met een gezellige binnenruimte. Dat de boot maar 1.35 m diep steekt waardoor hij heel geschikt is voor de Waddenzee. Dat alles aan de boot klopt. Dat hij een fijn gesprek had met de eigenaar. Dat hij enthousiast was. Dat hij heel goed begreep dat mijn hoofd niet stond naar het nadenken over het eventueel aanschaffen van een boot.

Ik merkte dat ik luisterde en ......... dat ik geïnteresseerd was!

De volgende middag zei ik tegen Floris dat ik nieuwsgierig was geworden naar de boot. Ik stelde voor om de boot te gaan bekijken in het weekend na mijn moeders uitvaart.

Na zeven emotionele en intensieve weken bezig te zijn geweest met afscheid nemen, was ik toe aan iets anders. Aan iets nieuws. Ik was toe aan een nieuw begin.

 

Omdat het klopt.

De zondag na het afscheid van mijn moeder reden we naar Makkum. Op de stijger van de jachthaven ontmoetten we Henk, de eigenaar van de boot; een sympathieke en sportieve Fries op leeftijd. Hij liet ons zijn boot zien. Alles op de boot ademde de sfeer van warmte en liefde, van bevlogenheid, van passie voor het varen en voor het leven. We kletsten wat met elkaar en Henk vertelde over zijn werk en zijn leven, over zijn vrouw die twee jaar geleden was gestorven, over de vele mooie zeiltochten die hij samen met haar op dit schip had gemaakt. Nu was voor hem de tijd gekomen om afscheid te nemen van zijn boot.

We zaten in de kajuit. Floris en ik keken elkaar aan en knikten.

“We doen het”, zeiden we tegen Henk. Met een stevige handdruk werd de koop bezegeld. Over de kajuittafel heen kusten Floris en ik elkaar en ik voelde een traan over mijn wang glijden. In de hoop dat Henk mijn tranen niet zou zien, veegde ik ze snel weg. Maar hij had het toch gezien. “Je mag huilen Sylvia. Ik weet wat je voelt” zei Henk. En toen liet ik ze stromen.

Die avond zaten we op het bankje voor ons huis te proosten op onze nieuwe aankoop. Floris vertelde dat hij de eerste keer toen hij de boot ging bekijken veel aan mijn moeder had moeten denken. Vanwege het gesprek dat hij had met Henk, over mijn moeder en over zijn vrouw. En omdat Henk ook schildert, net als mijn moeder deed. En er twee schilderijtjes van hem aan de kajuitwand hingen, net zoals er bij mijn moeder thuis schilderijen van haar aan de wand hingen.

Ik keek omhoog naar de lucht. Er kwamen wolken aan en we voelden een paar regendruppels. “Dan weet ik ook al een mooie naam voor onze boot”, zei ik. Floris draaide zijn hoofd naar mij om en keek me met zijn blauwgrijze ogen aan. Ik zag een beetje vocht in zijn ooghoeken glinsteren. “Ja. Dat zou mooi zijn”, zei Floris.

 

En dus noemen we onze boot ‘Annemarie’. Naar mijn moeder. Omdat het klopt.

 

PS: enkele dagen nadat ik dit stuk had geschreven werd de as van mijn moeder bezorgd in een mooie, in stemmige kleuren geïllustreerde doos. Op de afbeelding op de doos stond………een zeilboot!

 

 

 

Please reload

Recente berichten

March 12, 2016

Please reload

Archief
Please reload

Zoek op trefwoorden
Please reload